

Op 1 januari 2006 is de Wet VUT/Prepensioen Levensloop (VPL) van kracht geworden. Vanaf dat moment kunt u een gedeelte van het brutoloon sparen waardoor u in de toekomst vrije tijd kunt opnemen. Voor zorgverlof, studieverlof, een sabbatical of om eerder van uw pensioen te gaan genieten. De bedragen die u spaart, verlagen uw brutoloon en u betaalt op dat moment dus minder loonbelasting. Ook hoeft u het tegoed niet als vermogen aan te geven voor de vermogensrendementsheffing in box 3. Pas als u verlof opneemt, wordt loonbelasting ingehouden over het opgenomen tegoed. Maar op dat moment krijgt u een extra heffingskorting voor elk jaar dat u heeft deelgenomen aan de levensloopregeling.
Elke werknemer heeft een wettelijk recht op deelname aan de levensloopregeling. U kunt jaarlijks maximaal 12 % van uw brutoloon inleggen tot een maximum van 210 % van het laatstverdiende loon. Werknemers die eind van dit jaar 51 maar nog geen 56 jaar zijn, mogen meer inleggen dan het maximum van 12 % per jaar. Op deze manier kunnen zij net als jongere werknemers nog een levenslooptegoed van 210 % opbouwen. Het bedrag dat u maandelijks spaart, stort uw werkgever op uw individuele (geblokkeerde) levenslooprekening of in een levensloopverzekering |
![]() |
De verzekeraar of bank kiest u zelf. Adviesburo Van Dongen heeft voor u een vergelijking tussen de aanbieders gemaakt waardoor wij u kunnen helpen bij het maken van een keuze op maat.
De levensloopregeling:
Hoeveel kan ik sparen:
Voordelen:
LevensloopSparen of Spaarloon?
Naast de nieuwe levensloopregeling blijft ook het Spaarloon bestaan. In onderstaande tabel ziet u de verschillen en overeenkomsten tussen LevensloopSparen en Spaarloon. Voor 1 januari 2006 moet u bij uw werkgever aangeven of u kiest voor LevensloopSparen of Spaarloon. Beide tegelijk is wettelijk niet toegestaan. Elk jaar mag u opnieuw kiezen. Uw vrijgevallen spaarloontegoed kunt u niet op uw levenslooprekening laten storten.
Onderwerp |
LevensloopSparen |
Spaarloon |
Doel |
Sparen voor verlof |
Na 4 jaar vrij besteedbaar |
Bron |
Bruto Salaris |
Bruto Salaris |
Maximale spaarbedrag per jaar |
12% van het brutoloon tot een maximum van 210 % van het laatst verdiende salaris (Dit geldt niet voor mensen die in de overgangsregeling vallen) |
Maximaal 613 € |
Fiscale voordelen |
|
|
Werkgever moet regeling aanbieden |
Ja |
Nee |
Eigen keus bij welke bank / verzekeraar u spaart |
Ja |
Nee |
* Als u tussen 31 december 1949 en 1 januari 1955 geboren bent, valt u in de overgangsregeling: dan mag u meer dan 12% per jaar sparen, zolang uw levenslooptegoed maar niet boven die 210% uitkomt.
** Dit bedrag geldt voor 2006 en zal jaarlijks geïndexeerd worden.
Het grootste verschil tussen beide regelingen is dat u met de levensloopregeling een groter bedrag opzij kunt zetten dan bij spaarloon en dat u vermogen opbouwt voor een specifiek doel namelijk vrije tijd of pensioen.